7 gedachten over “Advies werkgroep Samenwerking en Verbreding”

  1. 26-11-2018
    Naar aanleiding van het advies heb ik een aantal vragen/opmerkingen.

    In het advies komt meermaals naar voren dat de overgangen voor kinderen uit achterstandssituaties risico’s kunnen opleveren. Er wordt vaker verwezen naar deze groep kinderen uit/met een achterstandssituatie. Over hoeveel kinderen praten we dan in onze gemeente?

    Het advies spreekt over schaalvergroting.
    Dit is noodzakelijk om allerlei gronden:
    – dan pas ontstaat er draagkracht onder professionals (oa leerkrachten)
    Betekent dit dat onze HBO opgeleide leerkrachten niet in staat zijn samen te werken als zij niet op 1 locatie zijn?

    – specialismen kunnen zich dan vestigen op de nieuwe locatie,
    Dit betekent toch een groter gebouw zodat er ruimte is op de nieuwe locatie voor logopedie en fysiotherapie.
    Hoe verhoud dit zich ten opzichte van het IJsselhuis? Komt daar dan leegstand van praktijkruimte?
    Wat maakt dat het niet mogelijk is met de leegstand in de huidige gebouwen?

    – Voortgezet onderwijs wordt mogelijk in Olst,
    Hoe ziet dit eruit?
    Wordt het VO nu opgesplitst in twee locaties? Was schaalvergroting niet het uitgangspunt?
    Wat gebeurt er met de leegstand in de Capellenborg?
    Hoe verhoud t dit zich tot het advies om de bovenbouw te huisvesten in de Capellenborg?

    – Centrale plaats maakt zorg en ondersteuning makkelijker.
    Elk kind en ouder heeft recht op het kiezen van een eigen zorgaanbieder.
    In het advies worden maar enkele genoemd waar de scholen mee samen werken.
    Hoe gaat men om met deze keuzevrijheid en wat gebeurt er als een ouder kiest voor een andere aanbieder?

    Het advies rondom de Boerhaar is erg op financiën gericht en gevolgen voor ouders.
    Is het niet aan ouders om hier een keuze in te maken.
    Wat maakt dat dit niet beter is onderbouwt?

    Het advies stuurt heel erg naar alle scholen op een locatie. Uit het onderzoek uit België komt dit minder sterk naar voren.
    Wat is de definitie van afstand in dit onderzoek?
    Hoe kan het dat 3 kilometer een enorme belemmering is voor samenwerken?

    Hoor graag terug.
    Met vriendelijke groet,
    Maike de Boer

    1. Geachte mevrouw de Boer,

      We zullen uw reactie met uw vragen voorleggen aan de leden van de werkgroep Samenwerking en Verbreding. Deze en andere vragen gaan we verzamelen en de antwoorden zullen we dan aan u sturen en ook op onze website plaatsen.

      Projectteam Scholen voor Morgen

    2. Geachte mevrouw de Boer,

      U heeft via de website op 26 november jl. een reactie ingestuurd naar aanleiding van het rapport Samenwerking en Verbreding. Omdat u in uw reactie meerdere vragen en opmerkingen geeft, geven wij voor de duidelijkheid hieronder uw vragen c.q. opmerkingen weer (cursief) met daaronder onze reactie.

      In het advies komt meermaals naar voren dat de overgangen voor kinderen uit achterstandssituaties risico’s kunnen opleveren. Er wordt vaker verwezen naar deze groep kinderen uit/met een achterstandssituatie. Over hoeveel kinderen praten we dan in onze gemeente?
      Het aantal kinderen waarvoor dit geldt is in Olst-Wijhe 68 (peildatum 1 oktober 2016.) Dit zijn de meest recente gegevens vanuit het CBS.

      Het advies spreekt over schaalvergroting.?
      Dit is noodzakelijk om allerlei gronden:
      – dan pas ontstaat er draagkracht onder professionals (oa leerkrachten)
      Betekent dit dat onze HBO opgeleide leerkrachten niet in staat zijn samen te werken als zij niet op 1 locatie zijn?

      Door meer schaalgrootte ontstaat onder andere meer draagkracht onder professionals om extra activiteiten te organiseren en zich te specialiseren. Werkzaamheden kunnen meer en beter gedeeld worden in plaats van dat eenieder op verschillende locaties dezelfde dingen moet doen. Dus niet vijf keer een sportdag organiseren maar één keer. Hierdoor ontstaat ruimte om andere activiteiten te organiseren waaraan men in de huidige situatie niet toe komt. Het zegt dus niet iets over de opleiding en/of het in staat zijn om samen te werken.

      specialismen kunnen zich dan vestigen op de nieuwe locatie,
      Dit betekent toch een groter gebouw zodat er ruimte is op de nieuwe locatie voor logopedie en fysiotherapie. Hoe verhoud dit zich ten opzichte van het IJsselhuis? Komt daar dan leegstand van praktijkruimte? Wat maakt dat het niet mogelijk is met de leegstand in de huidige gebouwen?

      De nabijheid en grotere samenwerking door professionals rondom het kind biedt ook mogelijkheden op het gebied van de verschillende soorten ondersteuning die kinderen nodig hebben. Door meer schaalgrootte is het kostenefficiënter voor aanbieders van specialismen, om zich nabij de kinderen in de opvang en scholen te vestigen
      Het is in het belang van kinderen dat ondersteuning en zorg thuisnabij worden aangeboden. Zij hoeven dan niet te reizen en missen dan dus minder speel- en leertijd. En verliezen de professionals, die vanuit verschillende specialismen betrokken zijn bij de ondersteuning van het kind, geen waardevolle tijd aan reizen en kunnen ze deze tijd juist gebruiken voor het kind.
      Net zo goed als dat de eerstelijns zorgverleners zich gebundeld hebben op één locatie omdat zij de meerwaarde van het samen werken en samenwerken inzien gaat dit argument ook op voor onderwijs en opvang in ‘scholen voor morgen’. Er zal ook zeker samenwerking tussen de zorgverleners en onderwijs en opvang plaatsvinden. En er wordt gekeken hoe en of de eerstelijns zorg voor kinderen in de nabijheid van het kind gevestigd kan worden.
      De hulpverleners in het IJsselhuis zijn gericht op alle bewoners, terwijl het bij de doelgroep van ‘scholen voor morgen’ gaat om de kinderen van 0 – 14 jaar. Logopedie en kinderfysiotherapie kunnen nu ook al op verzoek plaatsvinden op de kinderopvang en soms op de scholen.?Tevens gaat het om aanbieders die nu nog niet gevestigd zijn in het IJsselhuis, zoals dyslexie-zorg. Leegstand in het IJsselhuis is?dus?niet direct waarschijnlijk.

      Voortgezet onderwijs wordt mogelijk in Olst,
      Hoe ziet dit eruit?
      Wordt het VO nu opgesplitst in twee locaties? Was schaalvergroting niet het uitgangspunt?
      Wat gebeurt er met de leegstand in de Capellenborg?
      Hoe verhoudt dit zich tot het advies om de bovenbouw te huisvesten in de Capellenborg?

      De werkgroep heeft de mogelijkheden onderzocht voor verbreding van het basisonderwijs in Olst-Wijhe. Onderdeel daarvan is samenwerking met het VO. Door het basisonderwijs wordt nu al samengewerkt met het VO en er zijn nu ook plannen om deze samenwerking uit te breiden naar de basisscholen in Olst. Kinderen uit groep 8 gaan op de fiets naar de Capellenborg, om daar kennis te maken met de school en les te hebben. Deze activiteit is onderdeel van een samenwerking in ontwikkeling, om de overgang tussen basisonderwijs en VO makkelijker te maken voor kinderen.
      Zoals in het rapport beschreven maakt de werkgroep onderscheid in leeftijdsgroepen, waarbij de wereld waarin kinderen zich bewegen groter wordt naarmate ze ouder worden. Hoe de samenwerking er uit gaat zien, is nu nog niet te zeggen. De werkgroep heeft mogelijkheden aangegeven, het benutten daarvan is een volgende stap.

      Centrale plaats maakt zorg en ondersteuning makkelijker.
      Elk kind en ouder heeft recht op het kiezen van een eigen zorgaanbieder.
      In het advies worden maar enkele genoemd waar de scholen mee samen werken.
      Hoe gaat men om met deze keuzevrijheid en wat gebeurt er als een ouder kiest voor een andere aanbieder? aan de keuzevrijheid wordt niet getornd in het rapport spreken we om onderwijskundige ondersteuning en zorg

      Er blijft keuzevrijheid bestaan en in het rapport wordt ook het dilemma benadrukt?over?welke aanbieders wel en welke niet?in aanmerking komen om gevraagd te worden deel te nemen. In principe wordt er vanuit de vraag?geredeneerd. Dus van welke aanbieders wordt nu het meeste gebruik gemaakt en?willen?we?heel graag vertegenwoordigd?zien.?Maar wanneer ouders een andere partij willen,?blijft die mogelijkheid bestaan. Dit is wettelijk vastgelegd.

      Het advies rondom de Boerhaar is erg op financiën gericht en gevolgen voor ouders.
      Is het niet aan ouders om hier een keuze in te maken.?
      Wat maakt dat dit niet beter is onderbouwt?

      Het tweede scenario in Wijhe, waarbij de onderwijsvoorziening op de Boerhaar niet of pas later deelneemt aan het voorgestelde scenario, verzwakt het eerste scenario (alle scholen op de locatie nabij het SPOC), op de mogelijkheden voor verbinding, ondersteuning, kwaliteit en faciliteiten. Het verzwakt dit scenario onder meer in financiële zin: voor een kleiner aantal kinderen een school bouwen beperkt de mogelijkheden in de bouw omdat er minder schaalvoordeel gerealiseerd kan worden. Later deelnemen betekent dat een te klein gebouw aangepast moet worden. Dat leidt tot beperkingen en hogere kosten.
      Het advies over het scenario Boerhaar is gestoeld op het uitgangspunt om de kwaliteit te versterken door samen te werken. Op basis van het aantal leerlingen zijn daar ook financiële consequenties aan verbonden.

      Het advies stuurt heel erg naar alle scholen op een locatie. Uit het onderzoek uit België komt dit minder sterk naar voren.?
      Wat is de definitie van afstand in dit onderzoek?
      Hoe kan het dat 3 kilometer een enorme belemmering is voor samenwerken?

      Het advies gaat uit van het perspectief dat alle scholen in Olst en alle scholen in Wijhe op één locatie in Olst en één locatie in Wijhe gehuisvest gaan worden. Waarbij er voor Wijhe een tweede scenario is. Het onderzoek richt zich er op wat er dan mogelijk wordt.
      Afstand is een relatief begrip. Afstand in Wijhe is iets anders dan afstand in Zwolle of een andere grote stad.
      Voor ons in de gemeente Olst-Wijhe hoeft een afstand van bijvoorbeeld drie kilometer niet een enorme belemmering voor samenwerking te zijn. Samenwerking vindt ook nu plaats. Waar het in het advies van Samenwerking en Verbreding om gaat is dat als voorzieningen dicht bij elkaar zitten medewerkers elkaar regelmatig tegenkomen en elkaar makkelijk vinden.?
      Ook is gedacht vanuit het perspectief van de zelfstandigheid van kinderen: hoe overzichtelijk is het voor hen, hoe zelfstandig kunnen ze bewegen en hoe worden de afstanden in dat perspectief ervaren?
      In de huidige praktijk blijkt dat de bereidheid tot samenwerken en afstand tussen scholen en partners elkaar negatief beïnvloeden. Door de huidige leerkrachten, directies en pedagogisch medewerkers wordt dit als serieus argument ingebracht.

      Namens de Werkgroep samenwerking en verbreding,
      Henry Hennink, projectleiding.

  2. Ik ga er van uit dat jullie al samenwerkten, maar goed dat jullie dit willen intensiveren.
    Samenwerken kan alleen ook prima met verschillende locaties. En trouwens, waar hebben we het over, De Bongerd ligt maar zo’n 2 kilometer vanaf jullie voorkeurslocatie.
    Alles op 1 locatie is voor de beweging juist slechter ipv beter, zoals jullie aangeven, maar oké.

    Wat ik echt heel erg jammer vind, is dat jullie weer jullie voorkeurslocatie met grote school als uitgangspunt nemen en niet objectief zijn. Tuurlijk is behoud De Bongerd op de Boerhaar lastig voor de haalbaarheid van jullie plan -De Bongerd is de grootste en groeiende school met ik denk wel de meest betrokken ouders en omgeving- jullie zijn voor de toekomst van De Bongerd Boerhaar net zo lastig.
    Kijk alsjeblieft nou ook eens naar de meerwaarde van De Bongerd op de Boerhaar voor kinderen, leerkrachten, ouders en omgeving. En dan niet alleen kijken naar eigen en economische belangen.

  3. Jammer genoeg hier ook weer de derde optie in geen velden of wegen te bekennen… 3 basisscholen verspreid in Wijhe en Boerhaar, en niet op 1 plek op het Spoc.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *